Het recht om te plassen – column Geerte Piening

Na een vrolijke avond met vrienden in de kroeg moest de Amsterdamse Geerte Piening onderweg naar huis plassen. Ze werd door drie agenten aangesproken en kreeg een fikse boete opgelegd. “De argumenten van de rechter laten zien hoe vrouwen geacht worden om zich aan te passen aan een maatschappij waar een penis de norm is.”

Door Geerte Piening

Ik neem jullie even mee naar de nacht van 21 op 22 mei 2015. Samen met mijn vrienden in de kroeg, de hele nacht lang. Stralen, dat deed ik die avond. Vlak voor sluitingstijd wil ik nog snel naar de wc maar krijg te horen: ‘We gaan sluiten, plas thuis maar’. ‘Prima’ dacht ik, ‘dat haal ik wel naar huis’.

Onderweg naar mijn fiets begint mijn blaas tegen te stribbelen. Deze moet en zal nu geleegd worden. Ik kijk in de rondte maar geen enkele kroeg is nog open en er staat ook geen openbaar toilet in de buurt, ja, een urinoir voor mannen maar daar zie ik mezelf nog niet in klauteren. Na wat aarzelen vraag ik m’n vrienden om even op de uitkijk te staan totdat ik me goed heb opgesteld om te plassen. Eenmaal op mijn hurken, laat ik het lopen maar word onderbroken door welgeteld DRIE! agenten. Ik krijg een boete van 140 euro.

De volgende ochtend word ik wakker met een ernstig gevoel van onrechtvaardigheid. Het is belachelijk dat er voor vrouwen niks geregeld is en voor mannen wel. Waarom is dat? Ik besluit de boete aan te vechten. Na een kort onderzoek blijkt dat in heel Amsterdam destijds 35 openbare toiletten voor “mannen” zijn en maar twee voor “vrouwen”.  Dat betekent dat er voor mensen zonder penis geen alternatief is dan wildplassen.

Na anderhalf jaar krijg ik dan eindelijk antwoord op mijn verzet: ik moet voorkomen. Mijn verontwaardiging groeit en ik besluit de media in te schakelen. Ik krijg het publicitaire balletje nog aan het rollen vóór de rechtszaak. Wat ik niet zie aankomen, is dat die aandacht in korte tijd uitgroeit tot een joekel van een sneeuwbal. De zaak komt voor op 18 september 2017. Een groot gekkenhuis: alle Nederlandse pers is aanwezig. Een journalist die vaker rechtszaken doet vertelt me dat er bij sommige moordzaken minder pers komt opdraven.

Bij binnenkomst schat ik mijn kansen meteen laag in; de rechter is oud en man. Toch heb ik in mijn stoutste droom niet voorzien met wat voor argumenten de dienaren van het Nederlandse recht op de proppen komen. Ten eerste wordt mijn situatie vergeleken met het bij je hebben van afval zonder dat er in de omgeving een prullenbak is. Leuk bedacht, ware het niet dat een snoeppapiertje ook prima in je jaszak mee naar huis kan, en het ophouden van plas een lastige, en soms zelfs schadelijke bezigheid is. 

Vervolgens wordt me aangeraden ‘beter na te denken’ voordat ik de kroeg uit loop en dat ik ‘eerst nog maar even naar de WC had moeten gaan’. Nadenken, zoals jullie weten, is niet je primaire bezigheid om half 5 ‘s nachts na een avond aan het bier, daarbij komt dat na het drinken van alcohol een volle blaas veel sneller en abrupter opkomt. En tot slot: ik ging naar de wc, maar ik mocht niet meer…

De rechter vervolgt zijn ij-zer-ster-ke argumentatie met de mededeling dat hij in zijn hele LANGE carrière ‘slechts’ twee wildplaszaken van vrouwen heeft meegemaakt. De man concludeert daarom: vrouwen wildplassen niet en op basis van dit argument, is het volgens hem onzinnig om evenveel wc’s voor vrouwen als voor mannen te plaatsen. Hij eindigt met het advies dat ik ook gewoon gebruik had kunnen maken van een mannen-urinoir. De argumenten van de rechter laten zien hoe vrouwen geacht worden om zich aan te passen aan een maatschappij waar een penis de norm is. Waar slecht gedrag van mannen wordt beloond en mensen zónder penis als tweederangsburgers worden gezien.

Uiteindelijk is de boete verlaagd naar 100 euro. Ik krijg vijftig euro korting omdat het zo lang heeft geduurd tot de zaak voorkomt. Ik ga niet meer in hoger beroep omdat het mij daadwerkelijk ging om het maken van een punt, media-aandacht verwerven en het onderwerp op de agenda zetten. En dat is behoorlijk gelukt.

De Dolle Mina’s streden in 1970 al voor wat zij ‘plasrecht’ noemden, door het dichtbinden van plaskrullen in de stad. Een pamflet uit 1970: “Waarom kunnen mannen in alle krullen van de stad hun water kwijt? Waarom kunnen vrouwen dat niet? Hebben vrouwen dat niet nodig? Of moeten vrouwen het maar in een kroeg doen? Ze mogen er daar niet eens alleen in. Of moeten vrouwen bij de V en D drie trappen opklimmen? Dan in de rij staan en nog een dubbeltje betalen ook. Of hoeven vrouwen helemaal niet in de stad? Zitten vrouwen toch thuis opgesloten en is de stad alleen voor mannen? Wij vrouwen van Nederland eisen openbaar plasrecht.” schreven ze bijna 50 jaar geleden.

Ik vind het ronduit teleurstellend dat dit een halve eeuw later nog steeds een issue is. De publieke ruimte behoort niet alleen toe aan mannen. In de nasleep van #wildplasgate zijn er in verschillende Nederlandse gemeenten raadsvragen gesteld en er wordt zelfs, beetje bij beetje, beleid op gemaakt. Maar dit is natuurlijk veel te langzaam als je op een vrijdagnacht echt heel nodig moet. Amsterdam, progressieve stad die je bent, neem het voortouw en laat ons plassen!