Gezondheid als hype

Op maandag 28 september onderzoeken we tijdens ‘De Gezonde Stad’ hoe onze dagelijkse leefomgeving ons ziek of juist gezonder maakt. We zijn tegenwoordig geobsedeerd door onze gezondheid. Overal in de stad ontspringen fitness- en yogacentra en zijn de gezonde sapjes en superfoods niet aan te slepen. De verantwoordelijkheid voor onze gezondheid ligt op dit moment namelijk bij de individu. Maar maken we daarmee een gezonde stad?

Door: Anouk Schouten

Het biologische lichaam: van stad naar individu

De obsessie naar gezondheid schept het beeld dat iedereen mee moet doen aan deze hype om gezond en biologisch te leven, maar vergeleken met het verleden is het stadsleven al veel gezonder geworden. Zeker tot aan de eerste helft van de 19de eeuw was het leven in Amsterdam bepaald ongezond. Het ontbrak de stad niet alleen aan stedelijke structuren, zoals riolering en drinkwaterleidingen, maar ook aan hygiëne en kennis van gezondheid.

Urban Yoga - Credits: Dhani borges

Urban Yoga – Credits: Dhani borges

Het idee van een gezonde stad werd al geïntroduceerd in het 18de eeuwse Parijs o.a. onder leiding van de vooruitziende architect Pierre Patte. Maar het duurde bijna een eeuw voordat er veranderingen op dit gebied plaatsvonden in Amsterdam.

Patte introduceerde een plan om een gezondere stad te maken. De barokke stad was vooral gericht op het oog, op de visuele wandeling. Bij Patte ging het over de neus; hij wilde de stad openleggen en de hygiëne op deze manier verbeteren. Zo begon hij met het buiten de stad plaatsen van begraafplaatsen en ziekenhuizen, omdat deze plekken de bron van epidemieën waren. Verder omvatte zijn plan ook een systeem van verlichting en, niet onbelangrijk, het water moest stromen zodat er geen vuil bleef hangen in de Seine.

De intrede van de Hygiënisten

Een eeuw later zetten ideeën van dezelfde aard zich door in Nederland via de zogenoemde Hygiënisten. De liberale politiek van toen voelde weinig voor overheidsingrijpen. Daarom kwamen de eerste impulsen van particulieren, zoals Samuel Sarphati die zich als hygiënist, medicus en stedenbouwer inzette voor de stad Amsterdam. Sarphati speelde o.a. een grote rol in de realisering van het vuilnis ophalen in 1847.

De hygiënisten brachten een doorbraak teweeg in het denken over volksziekten. Zo verklaarden zij de armoede onder de arbeiders niet langer uit natuurlijke oorzaken of overbevolking, maar eenvoudigweg uit het lage loonpeil en de geringe scholingsgraad. Daarbij brachten ze de arbeidsomstandigheden en de lengte van de werkdagen in verband met de lichamelijke conditie van de arbeider. Met hun onderzoeken toonden ze het probleem van gezondheid aan en wezen ze er op dat er iets aan gedaan kon worden, wat uiteindelijk heeft geleid tot een nieuwe Gezondheidswet in 1901. De toestanden op het gebied van volksgezondheid, onder andere geestelijke gezondheid en ouderen- en jeugdzorg, werden nu eindelijk aangepakt.

Van Nelle Fabriek Rotterdam - Credits: Vincent van der Pas

Van Nelle Fabriek Rotterdam – Credits: Vincent van der Pas

Datzelfde jaar, 1901, werd ook de Woningwet aangenomen. Deze wet hing ook samen met ontwikkelingen rond hygiëne. Het besef groeide dat niet alleen voorzieningen als riolering en individuele hygiëne van belang waren in een gezonde stad, maar dat ook de woningen een metamorfose moesten ondergaan en de leefomstandigheden moesten verbeteren. Er werden voorbeelden van goede woningen opgesteld en er werd gepleit voor voldoende zuivere lucht en daglicht in de woning. Dit was ook het moment dat de georganiseerde sociale woningbouw opkwam in Nederland.

Deze ideeën over wonen wordt doorgezet in de 20ste eeuw. Maar ook wordt het welzijn nu gekoppeld aan architectuur en werken de ideeën van gezond leven hier in door. De Van Nelle Fabriek te Rotterdam (1926-30) is een goed voorbeeld van deze ontwikkeling (ondanks de tegenstrijdige functie: het verpakken van tabak). Er werd namelijk gedacht dat een gezonde werkomgeving een positieve invloed op de arbeiders zou hebben. Bovendien werd openbaar groen en lichamelijke beweging belangrijk gevonden, wat resulteerde in parken, recreatiegebieden en zwemverenigingen.

Bij wie ligt de verantwoordelijkheid?

Nu het sanitair bij iedereen binnen bereik is komen te liggen, zien we dat de visie op gezondheid verandert. We vinden schoon water, het systeem van rioleringen en verlichting, voedselcontrole, goede woonomstandigheden en de beheersing van ziektes vanzelfsprekend. Nu deze voorzieningen geregeld zijn, wordt gezondheid een taak van de individu zelf. Dit maakt ons vatbaar voor hypes als Supergrass, yoga bij 40 graden en massale deelname aan de Dam tot Damloop.

Kunnen we deze verantwoordelijkheid wel aan? We zien steeds meer dikke mensen om ons heen, steeds meer mensen lijden aan welvaartsziektes. Een gezonde stad maakt nog geen gezonde stedeling.

Meer lezen?

  • Klik door naar ons dossier Stadsleven ‘De gezonde stad’ voor meer blogs en columns over dit onderwerp.
  • Klik hier voor meer artikelen over de geschiedenis van gezondheid in Amsterdam in de editie ‘Lijf & leden’ van Ons Amsterdam.
  • Lees meer over de ontwikkeling van hygiene in het boek Schoon en net: hygiëne in woning en stad (1986) van Juliette Roding.