Werkcondities zijn in de loop der tijd steeds flexibeler geworden. Niet alleen heeft dat invloed op de manier van werken, maar deze invloeden reiken ook door in andere aspecten van ons leven. Filosofen als Zygmunt Bauman, Richard Sennette en Damon Young betogen dat werk een lifestyle is geworden. Wat houdt dat in?
Door: Sanne van der Beek
Zygmunt Bauman: Vloeibaar werk als lifestyle
De Pools – Britse filosoof Zygmunt Bauman schreef het in 2005 al, in z’n boek ‘Liquid Life’: ‘Work is the normal state of all humans, not working is abnormal‘. Waar werk eerst een middel was tot geld verdienen waarmee je je gezin kon onderhouden en eens in de zoveel tijd ook luxere vrijetijdsbesteding kon kopen, is werk inmiddels synoniem geworden aan het leven zelf. Daardoor werken veranderingen in onze manier van arbeid – de flexibilisering die in positieve zin gepaard gaat met vrijheid en ruimte voor eigen ideeën en in negatieve zin met gevoelens van onveiligheid – ook direct door in de manier waarop we ons leven vormgeven.

Zygmunt Bauman
Bauman karakteriseert het huidige leven dan ook als vloeibaar, een leven in continue flux en onzekerheid, waarin de betekenis en waarde van werk en vrije tijd verloren is gegaan.
We are not just on the move from parttime job to flexible contract, nor just from one city to the next country; in the particular urban settings of flexible capitalism we also move from from ‘pink-slip party’ to yet another social networking event, from rented apartment to leased living space, from fling to affair, and from single-size servings to disposable everything.
Our only shared condition increasingly seems to be the lived experience of being “permanently impermanent” in the context of constant change, which in turn disables us to bear witness to anything other but our own plights, to be solely solved deploying our individual skills and personal resources.
It is not as if we cannot draw meaningful distinctions between global and local, between work and non-work, between public and private, between conservative and progressive, or between work and life anymore. It is just that these and other key organizing characteristics and categories of modern life have lost their (presumed or perceived) intrinsic, commonly held or consensual meaning. (Bauman, 2002: 18; Bauman, 2000: 72; Bauman, 2005b: 33, bron)
Richard Sennett: Werkstructuren zijn machtsstructuren
Richard Sennett heeft in 1998 ‘The Corrosion of Character. The Personal Consequences of Work in the New Capitalism’ geschreven (in het NL vertaald als De flexibele mens). Hij stelt dat de flexibiliteit in werkcondities is opgelegd in plaats van een vrije keuze en negatieve consequenties heeft. De ‘vrijheid’ die mensen ervaren in het flexwerken is een schijnvrijheid volgens Sennett. We ontsnappen niet aan opgelegde structuren, maar er komen gewoon andere structuren voor in de plaats:
Revulsion againt bureaocratic routine and pursuit of flexibility has produced new structures of power and control, rather than created the conditions which set us free.

Richard Sennett
Hierdoor zijn we in een paradox terecht gekomen, zo stelt Sennett. Het zelf kunnen bepalen hoe, waar en wanneer we werken geeft ons van de ene kant het gevoel van zelfcontrole, maar aan de andere kant gaat dit gepaard met veel onzekerheid en angst, waardoor alsnog onze emotionele en psychologische gesteldheid wordt ondermijnd.
Damon Young: Van ‘presentisme’ naar reflectie in de tuin
De Australische filosoof Damon Young betoogt in z’n boeken ‘Distractions’ en ‘Philosophy in the Garden’ dat onze huidige werkcultuur geen ruimte biedt voor reflectie. We moeten maar doorrennen, want ‘time is money’. Onze werkdag wordt steeds zorgvuldiger bijgehouden en vanuit meer winstoogmerk.
De voordelen van flexibiliteit gaan vaak maar in één richting stelt Young, en dat is niet de richting van de werknemer. Werknemers moeten continue beschikbaar zijn, waardoor beschikbaarheid als een soort statussymbool gaat gelden.Loyaliteit = loyaliteit aan het bedrijf (boven loyaliteit aan collega’s of jezelf) = beschikbaarheid =je email checken op zondagochtend. Young stelt dat we met z’n allen lijden aan ‘presentisme’, de ziekelijke neiging om jezelf zichtbaar te maken op kantoor, of dat nu in fysieke of virtuele vorm is, om te tonen hoe ijverig je bent. Young stelt dat ‘presentisme’ noch onze productiviteit, noch ons geluk ten goede komt.
Dit ‘presentisme’ heeft ook invloed op onze vrije tijd. Niet alleen wordt deze letterlijk besmet door werk door de mogelijkheden die technologie biedt om thuis te werken, ook zijn werknemers steeds vermoeider door de continue druk van werk en kiezen voor passieve vormen van vrije tijdsconsumptie zoals tv kijken. Young pleit dan ook voor een bewuste vorm van verzet tegen deze draaikolk, een bewust moment van reflectie waarin we weer kunnen komen tot onze eigen waarden en ons eigen tempo. De tuin is volgens Young dé aangewezen plek voor deze reflectie.
Meer lezen?
Klik door naar ons dossier ‘Work is where the wifi is’ voor meer artikelen over dit onderwerp.